“De rechtbank acht niet bewezen dat de facturen opzettelijk vals zijn opgemaakt.”

Vrijspraak: ‘Uitspraak in strafzaak Mega Carillon’

5 november 2022

In: R+DH in de Media

#vrijspraak#Zorgfraude

De rechtbank Rotterdam heeft vandaag uitspraak gedaan in de strafzaak Carillon tegen een stichting, een bestuurder en een medewerker die werden verdacht van valsheid in geschrift. De stichting en de bestuurder werden bijgestaan door mr. J. de Haan. De rechtbank heeft hen vrijgesproken van de verdenking fraude. De bestuurder is wel veroordeeld voor het doen van uitkeringen vanuit de stichting in strijd met het uitkeringsverbod. De bedragen hoeven echter niet aan de staat te worden terugbetaald.

De stichting verleende zorg die werd gefinancierd vanuit het persoonsgebonden budget van hun cliënten. De stichting werd verweten in de periode 2012-2016 facturen te hebben opgemaakt en verzonden waarop geleverde zorg stond terwijl de cliënten zich op dat moment (al dan niet gedeeltelijk) in detentie bevonden en dus geen zorg kregen. De bestuurder van de stichting werd verweten hieraan feitelijk leiding te hebben gegeven als bestuurder van de stichting. Daarnaast werd hij verdacht van verduistering door gelden van de stichtingsrekening voor privédoeleinden te gebruiken en wegens wapenbezit.
De rechtbank acht niet bewezen dat de facturen opzettelijk vals zijn opgemaakt. Er is behoorlijk wat fout gegaan bij de facturering van zorg voor cliënten van de stichting die gedetineerd waren. Maar uit niets blijkt dat bij de stichting de intentie aanwezig was om financieel voordeel te behalen met de wijze van factureren. Er lijkt eerder sprake van een onzorgvuldige administratie en een werkwijze die was gericht op administratieve verlichting.

De bestuurder van de stichting is wel veroordeeld voor verduistering en wapenbezit. Hij heeft gelden van de stichtingsrekeningen op een onjuiste manier via een rekening-courantverhouding gebruikt. Ook al had de verdachte niet de intentie om te verduisteren, zijn het wel privéuitkeringen geworden die hij als bestuurder volgens artikel 2:285, derde lid van het Burgerlijk Wetboek niet had mogen doen. Door deze uitkeringen was sprake van het wederrechtelijk toe-eigenen van gelden die toebehoorden aan de stichting en daarmee is sprake van verduistering.

Wapenbezit

Daarnaast is hij veroordeeld voor wapenbezit. Tijdens de doorzoekingen zijn een pistool, revolver en hagelgeweer en bijbehorende munitie aangetroffen. De verdachte wist dat die wapens in zijn woning waren omdat deze uit de erfenis van zijn overleden ouders kwamen.

De rechtbank komt tot een lagere straf dan het openbaar ministerie heeft geëist.

De rechtbank heeft niet kunnen vaststellen dat de verdachte zich persoonlijk wilde verrijken. Ook is de stichting altijd transparant geweest tegenover alle instanties en heeft inmiddels alles op orde. Verder heeft de zaak veel langer geduurd dan redelijk. De bestuurder heeft een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd gekregen en een taakstraf van 180 uur. Ook hoeft hem geen voordeel te worden ontnomen omdat de bedragen niet aan hem zijn toegekomen en hij feitelijk geen voordeel heeft genoten van de verduistering.

Uitspraken

Mr. Arjan de Haan heeft met succes de verdachten bijgestaan.

Advies van ons nodig?

Heeft u advies of juridische bijstand nodig?
Neem dan contact met ons op!
Bel 030 272 45 00

Contact opnemen
U gebruikt een verouderde browser!

Werk uw huidige browser bij naar de laatste versie. Update mijn browser nu

×